Wanneer u het museum ‘De Ronde Venen’ bezoekt gaat u terug in de tijd. Van de 16e eeuw tot de 20e eeuw werd er in en rondom de Ronde Venen volop veen gewonnen voor verwerking tot turf. Turf was in die tijd de enige brandstof en de vraag ernaar werd door de opkomende industrie rond Amsterdam steeds groter.
Het veenmuseum toont aan de hand van boeken, foto’s en een videopresentatie het verveningsproces, het veensteken en het verwerken tot turf. Wanneer u na een bezoek aan het veenmuseum weer verder fietst of rijdt zult u merken dat u het landschap met hele andere ogen bekijkt. Veel landschapselementen die in deze tijd zijn ontstaan als plassen, legakkers en boezemkanalen zijn nu nog steeds te herkennen in het landschap.
Tot slot heeft het veenmuseum een collectie aan gereedschappen en de vroegere werkplaats is vrijwel ongeschonden gebleven. Hoogtepunt van de collectie is de goed functionerende veensteekmachine uit 1895. Het vaartuig heeft een ligplaats naast het museum in een afgesloten en speciaal voor dit doel gemaakt dok.
|  |